Leer- of communicatieproblemen

Leerproblemen zijn er in allerlei soorten en maten. Net als leerstijlen. Ervan uitgaande dat niemand alles kan, heeft iedereen wel ergens een probleem mee.

Je kunt je focussen op wat je niet kunt en je kunt je focussen op wat je wel kunt. Waar je voor kiest hangt af van je doelen op lange termijn, maar ook van je mogelijkheden en je omgeving. Soms is het veel effectiever om dingen die je goed kunt uit te breiden en daarmee dingen die moeilijk voor je zijn te compenseren.

Want heel veel dingen zijn misschien met heel veel moeite wel een heel klein beetje aan te leren, maar als je aanleg er niet ligt zul je er nooit een topper in worden en zal het leren vaak blijven frustreren. 

Betekent dit dat je maar niet moet doen wat je niet kunt?

Nee! Je brein heeft ook moeilijke dingen nodig, je brein mag fouten maken en zoeken naar oplossingen en het nog niet weten.

Dat is belangrijk,  want in het hele leven krijg je daarmee te maken. Je leert hoe je je daartoe verhoudt. Het brein leert het beste als ongeveer 80 % vanzelf gaat en 20 % moeite kost. Grenzen verleggen dus.

De leeromgeving

Het Landelijk Kenniscentrum LVG heeft een richtlijn opgesteld met zes punten waaraan een interventie moet voldoen wil er een grotere kans zijn om te werken bij jongeren met een lichte verstandelijke beperking. De zes punten zijn:

  • diagnostiek: wie ben je, waar ligt je interesse, wat kun je  en wat kun je aan? hoe leer je?
  • afstemmen van de communicatie
  • concreet maken van de oefenstof
  • voorstructureren en vereenvoudigen
  • betrekken van het netwerk en aandacht voor toepassing van het geleerde
  • veilige en positieve leeromgeving 

Brainfact biedt  op het gebied van diagnostiek in samenwerking met het Pelsinstituut (neuro-) psychologische diagnostiek, afgestemd op de vraag die aan de orde is . Soms is onduidelijk waar leer-of gedragsproblemen vandaan komen. Soms is onduidelijk wat iemand kan of aankan. Soms is er sprake van psychische problemen naast de verstandelijke beperking, autisme/PDD of NAH. Er kunnen veel factoren een rol spelen bij het ontstaan van klachten of gedrags-of leerproblemen. 

Bij Brainfact is veel kennis aanwezig van gedrag, ontwikkelingsniveaus en verschillende syndromen. Soms is gedrag dat als problematisch ervaren wordt zeer goed passend bij het ontwikkelingsniveau en heeft met name de omgeving psycho-educatie nodig over het niveau van functioneren en hoe competenties uitgebreid kunnen worden en wat gedrag betekent. Soms is gezamenlijk onderzoek daarin nodig. 

Om goed aan te sluiten bij mensen met cognitieve leerproblemen gebruiken we bij Brainfact ook de neurofeedback. Neurofeedback heeft een duidelijke struktuur, de opdrachten zijn eenvoudg en leuk. Er wordt geen beroep gedaan op cognitieve vermogens, maar op waarneming, terwijl we goed kunnen zien wat er gebeurt op het gebied van prikkelverwerking, concentratie, inhibitie, (sociaal) gedrag. Dit geeft weer nieuwe ingangen voor behandeling.

Bij Brainfact is naast hetgeen in de therapiekamer plaats vindt veel aandacht voor de context waarin het geleerde uiteindelijk moet worden toegepast. Daartoe vindt contact plaats met ouders en school en wordt op basis van klachten geregistreerd en geevalueerd.