Migraine

Er bestaat grote onduidelijkheid over hoeveel mensen er in Nederland aan migraine lijden. Dit is te wijten aan het feit dat de onderzoeken te verschillend zijn en dat veel mensen met migraine geen bezoek brengen aan de huisarts.


De kenmerken van migraine zijn bonzende hoofdpijn, meestal aan één kant, vaak in combinatie met misselijkheid en braken. Geregeld is er sprake van een overgevoeligheid voor licht en geluid. De twee meest voorkomende soorten migraine zijn “gewone migraine” en “migraine met aura”. Ongeveer bij 15 tot 25 % van de mensen met migraine treedt een aura op. Een aura kan bestaan uit wazig zicht, het zien van lichtflitsen, spierzwakte en/of gestoorde spraak. Deze symptomen ontwikkelen zich zeer geleidelijk. Ook kunnen er cognitieve symptomen voorkomen, zoals aandacht-, concentratie- en geheugenproblemen. Binnen een uur na de aura ontstaat de hoofdpijn. Wanneer de aanvallen 4 tot 72 uur duren en minstens 5 keer zijn voorgekomen spreekt men van migraine. Deze norm wordt door de meeste specialisten aangehouden.


Migraine ontstaat door een vernauwing van de bloedvaten, waardoor sommige gebieden in het brein weinig zuurstof krijgen. Onderzoekers registreerden in de lokale bloeddoorstromingen dalingen van 25 tot 50%. Hierdoor kunnen de auraverwante klachten en de cognitieve symptomen ontstaan. Tijdens de pijnfase is er juist sprake van bloedvatverwijding. Migraine komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen en wordt in 60% van de gevallen gerelateerd aan de menstruatiecyclus. Wetenschappers vermoeden dat het hormoon oestrogeen de kans op migraine verhoogt.


Uit psychofysiologisch onderzoek is gebleken, dat migraine het gevolg is van corticale overgevoeligheid, hyperactiviteit en een gebrek aan habituatie als gevolg van een hersenstamdysfunctie. Een onderzoek van Kropp e.a.(2002) laat zien, dat met behulp van neurofeedback de zogenaamde verhoogde “slow cortical potentials” beter gecontroleerd kunnen worden en de habituatie kan worden verbeterd. De resultaten laten zien, dat na behandeling met neurofeedback het aantal dagen met migraine significant was afgenomen en een aantal andere migraine-aspecten significant waren verlaagd zowel over de tijd als in vergelijking met een groep migrainepatiënten die geen neurofeedback hadden gehad.Er zijn meer studies nodig om wetenschappelijk afdoende vast te stellen of neurofeedback werkt bij migraine. Bij een subgroep werkt neurofeedback niet en het is onduidelijk hoe dat komt.


Kropp, P., Siniatchkin, M. & Gerber, W. (2002). On the Pathophysiology of Migraine-Links for “Empirically Based Treatment” With Neurofeedback. Applied Psychophysiology and Biofeedback. Vol. 7 (213-213).