Dyslexie

Recentelijk heeft EEG Resource Institute in samenwerking met Radboud Universiteit Nijmegen (Sylvia Peters en Ludo Verhoeven) en Brainclinics (Martijn Arns) een onderzoek naar dyslexie en neurofeedback uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd door drie studenten die daar elk hun scriptie over geschreven hebben. De scripties zijn hieronder te downloaden en zijn ook verkrijgbaar uit de universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Een publicatie betreffende deze onderzoeken is gepubliceerd in het Journal of Integrative Neuroscience.

Hieronder zijn de drie scripties te downloaden die over deze studie geschreven zijn:

Scriptie Ine Giepmans: Effect van neurofeedback therapie bij Dyslexie

Scriptie Minie War: Neurofysiologische en neuropsychologische profielen bij Dyslexie.

Scriptie Rachel Beckmann: Een inventarisatie van de huidige stand van zaken van de behandeling van Dyslexie met Neurofeedback.

Neurofeedback en dyslexie

Neurofeedback wordt bij Brainfact/EEG Resource Institute qEEG-based toegepast. In het qEEG wordt gekeken of er een indicatie is om onder andere bovenstaande gebieden te gaan trainen. Ook wordt er gelet op de gebieden van Broca en Wernicke en de verbinding daartussen; bepaalde locaties in de hersenen; de verbinding tussen de linker en rechterhersenhelft; en de linkerhersenhelft op zich, omdat deze niet actief genoeg kan zijn. Het volgende stuk is vooral bedoeld voor lezers die zich willen verdiepen in de hersenfuncties bij dyslexie.

Bevindingen in het EEG bij dyslexie 

Essentieel voor het leerproces bij een beginnende lezer is het posterieure pariëto-temporale systeem. Dit zorgt voor woordanalyse, het opsplitsen van woorden en het koppelen van letters aan hun klanken (Shaywitz & Shaywitz, 2005). · Dyslectische kinderen vertonen een dysfunctionerend linker pariëto-temporaal systeem. De dysfunctie is specifiek gelokaliseerd in de superior-temporale gyrus en de inferior-pariëtale cortex (Rumsey et al. 1997a, 1997b) · fMRI toont aan dat volwassen dyslectici een verlaagde activiteit laten zien in de pariëto-temporale regio’s, inclusief de superior-temporale gyrus en de angular gyrus, tijdens het lezen van letters en onzinwoorden ( Shaywitz et al., 1988). · Bij dyslectische kinderen is er te weinig activiteit in het linker pariëto-temporale systeem en er lijkt een verstoorde coördinatie van activiteit te zijn tussen de linker superior-temporale gyrus en de linker frontale gebieden. (Thorton & Carmody, 2005). Gelijktijdig vertonen de hersenen meer activiteit in dezelfde gebieden in de rechterhemisfeer, dit kan wijzen op compensatieprocessen. (Shaywitz & Shaywitz, 2005). · De occipito-temporale cortex (ook wel visual word area genoemd) wordt door vaardige lezers gebruikt en is van belang voor de ontwikkeling van automatisch en vlot lezen. Hoe vaardiger de lezer, hoe meer activiteit er hier is. · Bij dyslectici is er sprake van een grotere lateralisatie van de rechter hemisfeer van theta activiteit, tijdens fonologische processen. Ook vertonen dyslectici een onvermogen van de linker hemisfeer uit om theta activiteit te moduleren tijdens fonologische processen (Spinorelli et al. 2006).