Client-ervaringen

Peter is 37 jaar en meldt zich aan met problemen op het werk, hij kan zich slecht concentreren , alles lijkt langer te duren, hij maakt stomme fouten en gaat contacten uit de weg. Hij heeft erge slaapproblemen. Peter weet niet meer wie hij is en wat hij wil en voelt eigenlijk weinig meer. Alles is hem teveel. Hij heeft het gevoel volledig geleefd te worden. Zijn gezin en relatie leiden er onder. Hij komt niet meer toe aan ontspanning. Sociale situaties gaat hij uit de weg. Peter vraagt zich af of er in zijn brein iets aan de hand is en hij met neurofeedback behandeld zou kunnen worden.

Uit het diagnostisch onderzoek blijkt dat we te maken hebben met een vriendelijke man, die wat perfectionistisch is en graag stabiliteit en struktuur in zijn leven heeft. Zijn stemming is een beetje depressief. Hij is niet zo open voor nieuwe ervaringen.

Uit het neuropsychologisch onderzoek blijkt dat hij gemiddeld of bovengemiddeld scoort op alle taken, zoals geheugen, aandacht. Alleen zijn reactietijd is vertraagd.

Uit het QEEG blijkt dat er zeker aanwijzingen zijn om met neurofeedback te starten. We zien veel snelle activiteit achter in het hoofd, ook met ogen dicht, die te maken kan hebben met een voortdurende staat van alertheid en angsten.

De eerste sessies: Peter krijgt de opdracht een paar keer achter elkaar een paar minuten naar muziek luisteren, deze zelf te bedienen. De muziek blijft doorlopen (dat is zijn beloning) als zijn brein de juiste dingen doet, dus een mate van ontspanning heeft. In het begin is het moeilijk om niet de spieren aan te spannen, hierop krijgt hij meteen feedback, maar dit leert hij al in de eerste sessie besturen. Daarna zit hij relaxed en luistert hij naar de muziek, soms wat krakend, maar daardoor leert hij dat hij op dat moment teveel snelle activiteit inzette.

Daarnaast oefent hij met ogen open door een spelletje te spelen. Het spelletje blijft lopen zolang hij zich op een ontspannen manier concentreert. Peter geeft aan erg moe te worden van de ogen open sessie, maar zich op zich wel helderder te voelen. Hij gaat naar huis met het besluit vroeg naar bed te gaan.

Tot de 10e sessie: we trainen op deze wijze door, de tijdsduur van de oefeningen wordt steeds iets langer en het kost Peter duidelijk minder moeite om meteen de spierspanning laag te hebben en de juiste staat van het brein te pakken, als we met de oefening starten. We gaan het brein trainen door de waarde waaronder de snelle activiteit moet blijven te verlagen.We bespreken tijdens de sessies hoe het thuis gaat, hoe het op zijn werk gaat en als hij tegen dingen aanloopt, bijv. als hij grenzen ervaart, maar daar niets van heeft gezegd en zichzelf dat verwijt, wordt hij daarin gecoacht.

Na de 10e sessie is een eerste evaluatie. Peter geeft aan goed te slapen, maar ook overdag vaak erg moe te zijn. Hij geeft aan vooral veel behoefte te hebben aan ontspannende activiteiten, zoals met zijn gezin naar het strand, of gewoon met zijn vriendin op de bank tv kijken. Op het werk zit hij in een reorganisatie, maar hij merkt dat hij zich niet meer zo druk maakt. Zijn baan wordt opgeheven, maar hij heeft wel iets anders aangeboden gekregen, wel minder uitdagend, maar hij ziet wel wat het wordt en anders gaat hij geleidelijk op zoek naar iets anders. In de waardes waarop we trainen zien we niet veel, omdat snelle activiteit altijd al vrij laag is en hij wel iedere keer een beloning krijgt als hij deze minder inzet. We zien wel dat hij sneller en langer en met minder moeite de staat van het brein kan pakken. Het lijkt erop dat Peter wel een aantal zaken heeft losgelaten, maar nog niet de kracht en energie heeft om sturing te geven aan zijn leven. We besluiten dit protocol voort te zetten, maar er nog een ander protocol aan toe te voegen, dat op basis van het QEEG is gemaakt. Ook besluiten we nu de situatie wat stabieler is met psychotherapie meer met inzichten en emoties aan de slag te gaan met behulp van opdrachten en gesprekken.

Na 20 sessies is Peter bezig met een nieuwe werkplek, hij gaat daar iets minder verdienen maar het is een prettige omgeving en hij heeft het gevoel er meer tot zijn recht te kunnen komen. Hij is in dubio of hij dat zal doen. Hij heeft zijn grote hobbie squashen weer opgepakt en heef zijn verjaardag gevierd in de vorm van een squash-toernooi met vrienden, die hij al veel te lang niet had gezien. Peter geeft aan het gevoel te hebben weer grip op zijn leven te hebben. Hij komt soms zelfs een beetje eufoor over. We overwegen of dit al het moment is om te stoppen met de therapie, maar omdat het brein dingen leert en ze nog echt geautomatiseerd moeten worden en het wel erg snel is als patronen, die lang gewoonte zijn geweest in zo'n korte tijd volledig veranderd zijn, besluiten we met de laatste 10 sessies e.e.a. te gaan consolideren.

De laatste 10 sessies blijft de training hetzelfde. De nieuwe baan gaat toch niet door, maar voor Peter is dit goed. Hij gaat over een tijdje wel verder zoeken. Thuis is het wat moeilijker, omdat zijn schoonvader ernstig ziek blijkt en hij daar wel veel mee bezig is. Ze moeten daar ook nog ver voor reizen. Ook zijn vriendin legt daardoor emotioneel veel druk op hem, maar hij kan zijn grenzen daarin aangeven. Hij slaapt desondanks goed en heeft het idee dat hij tijd en energie over heeft. Hij wil wat meer met zijn leven, maar hij wil er ook voor zijn vrouw en schoonvader zijn. Bovendien weet hij niet zo goed wat hij dan zou moeten doen. Hij overweegt een cursus te gaan doen, maar eerst kijken hoe het met zijn schoonvader loopt. Hij heeft leuke afspraken met vrienden. Hij kan er mee leven dat niet alles tegelijk kan.

Bij de eindevaluatie stellen we vast een andere Peter te zien, die bijna rechtstreeks op een burn-out aan het aflopen was en nu echt weer grip heeft op zijn leven, om kan gaan met grenzen, frustraties en emoties en het overzicht daarin behoudt. We gaan ervan uit dat hij dit vast weet te houden en het brein echt wat heeft geleerd. We spreken af daartoe over een jaar nog een keer te evalueren.